subsidiënten | colofon

Tagcloud: UIT / AAN

Kiosk 1: ROB

| 2012-04-12 14:39:12

KIOSK 1: ROB
(OPEN 2013)


KUSTONDERZOEK / COASTAL RESEARCH
Onderzoeken in de marges van het kustlandschap.
Research into the margins of the coastal landscape.

M.m.v. / Participants: Isebuki (Andrea Kessler & Bernhard Faiss), Bram Esser, Satellietgroep, F.A.S.T.,  Refunc, Andries Micke, Boris Duijneveld, Lidewij Corstiaans, Sieko Kloosterhuis, Janine Schrijver, Ray Max, Jesse Skolnik, Ronald Boer & Valerie Dempsey, Thijs Molenaar, Annechien Meier & René Jansen.



Verhalen van Scheveningers / Narratives by Scheveningers.
Filosoof/publicist Bram Esser heeft als artist in residence van Badgast in 2010 een blog over zijn onderzoek naar ‘uitburgeren aan zee’ bijgehouden. Hij heeft voor deze tentoonstelling een vijftal karakters met vijf verhalen uitgewerkt, voor elke kiosk één: Adama, Immetje, Hanne, Fonger en Rob.
www.bramesser.com

Meer verhalen / More narratives:
We zijn met zand tussen onze tanden geboren.

ADAMA
IMMETJE
HANNE
FONGER

Lees hier het verhaal van Rob / Read the narrative of Rob here:

 

EN

‘We have many Hindus as customers, for them it is truly a tradition to scatter the ashes of their loved ones at sea. I noticed that they all do it just a bit different. The ashes are sometimes mixed with milk and wrung within a cloth. Or source water is used and maybe different items are mixed together with the ashes. We have an increasing number of German and Dutch customers. At onetime it happened that the urn remained afloat despite that we had made ​​holes in it. To sail away with a bobbing urn was no option. Just when we were trying to figure out what to do, a seagull landed on top of the urn making it finally sink to the bottom. The gull had no special intention, but for these people it was obviously very special.’

NL

‘We hebben veel Hindoestanen als klant, voor hen is het echt traditie om de as van hun geliefden over zee uit te strooien. Ze doen het allemaal net weer een beetje anders is mij opgevallen. De as wordt soms met melk vermengd en in een doek gewrongen. Soms wordt er bronwater gebruikt en ook de spulletjes die samen met de as in de zee worden gegooid willen nog wel eens verschillen. We hebben overigens ook steeds meer Duitsers als klant en ook veel Nederlanders laten urnen over boord gooien. Het is wel eens voorgekomen dat de urn bleef drijven ondanks dat we er gaten in hadden gemaakt. Wegvaren bij zo’n dobberende urn is ook zo wat. Net toen we aan het bedenken waren wat we moesten doen, ging er een meeuw op de urn zitten waardoor deze eindelijk naar de bodem zonk. De meeuw bedoelde daar niets mee, maar voor die mensen was dat natuurlijk heel bijzonder.

‘Alles wat hij weet heeft hij uit zijn aquarium gehaald.’

Roberto gaat naar zee
Dit is het verhaal van voormalig huwelijksfotograaf Roberto die ik in 2009 leerde kennen in het containerdorp te Scheveningen. Hij fascineerde me omdat Roberto tot een specifieke groep behoorde die sterk vertegenwoordigd was in het containerdorp. Je had de bunkergravers, de surfers en dan had je mensen als Roberto die bezig waren aan de samenleving te ontsnappen of reeds waren ontsnapt. Ik raakte hem de afgelopen jaren enigszins uit het oog, maar hoorde onlangs dat hij na vele omzwervingen weer terug was.
Eind oktober 2013 zocht ik hem op in de Koppelstokstraat. Hij serveerde mosselen en schonk Trippel Westmalle bier. Wat ik mij nog kan herinneren uit 2009 en wat hij mij recenter heeft verteld schrijf ik hier op. Ik doe dat uit mijn hoofd want Roberto wilde wel met mij praten, maar werd zenuwachtig zodra er pen en papier aan te pas kwam. Roberto is allang geen fotograaf meer. Hij hield ermee op omdat hij de leugen die volgens hem de fotografie is, niet meer kon verdragen. Halverwege de jaren negentig vertrok hij naar Cuba waar hij tien jaar heeft gewoond en waar zijn dochter werd geboren. Hij kwam terug in 2006 omdat de moeder van zijn kind niet langer wilde blijven. De relatie liep hier op de klippen en zo kwam hij terecht op FAST, waar hij in een oude legertruck ging wonen. Hij werd de eerste bewoner van het containerdorp.
Er waren meer mensen zoals Roberto in het dorp. Hij was lang niet de radicaalste van de ontsnappers. Je had er ook mensen bijzitten die volgens mij de grens van wat nog gezond verstand heet, waren overgestoken.  Roberto had zelfs een baantje bij rederij Trip. Omdat hij die legertruck zo ongeveer blind kon repareren was het voor hem een kleine moeite om de scheepsmotoren, van de drie kotters die de rederij heeft, aan de praat te houden. Hij heeft me in de zomer van 2009 een keer meegenomen op een boottripje. Het was de eerste keer dat ik het havengat van Scheveningen uitvoer en dat was toch een bijzondere ervaring. Vanaf de zee snap je ineens het idee van de kust veel beter. Ook de associatie met Scheveningen als havenplek kreeg meer betekenis. Zeker toen ik weer aan wal ging en vaste grond onder de voeten had. Dat is een dankbaar gevoel.
Er waren voor de verandering eens geen sportvissers aan boort, maar een hindoestaanse familie had de kotter gecharterd om  de as van een familielid uit te strooien. Officieel moet dat in de Ganges, maar aangezien de Ganges uiteindelijk ook in de zee stroomt, wordt het oogluikend toegestaan.  
Ik zag hoe de directe nabestaanden de as vermengden met gepasteuriseerde melk en dat werd weer in een doek gewrongen als in een dweil. Het doordrenkte doek, het lege pak melk, het teiltje en een handvol bloemen gingen allemaal over boort onder het zingen van gebeden. ‘Soms vermengen ze de as ook met Bar le Duc bronwater,’ vertrouwde Roberto me toe.
Hindoestanen die minder bedeeld zijn, en geen boot kunnen afhuren, kieperen hun nabestaanden gewoon direct van de pier bij het havenhoofd, was mij opgevallen. Bij laagwater kun je vaak Hindoestaanse beeldjes vinden. De dochter van Roberto kwam er altijd mee thuis. In zijn legertruck stonden ze naast elkaar op een boekenplank.
‘We hebben overigens ook steeds meer Duitsers als klant,’ vertelde Roberto . ’Scheveningen is voor veel Duitsers dichterbij dan de Oostzee.’ Hij vertelde over die ene keer dat er een urn was blijven drijven ondanks dat er gaten in waren gemaakt. ‘Net toen we aan het bedenken waren wat we moesten doen, ging er een meeuw op de urn zitten waardoor deze eindelijk naar de bodem zonk. De meeuw bedoelde daar niets mee, maar voor de nabestaanden was dat natuurlijk heel bijzonder.’
Terug aan wal ontmoette ik in de kantine van de rederij Bert Roos, neef van de eigenaar (volgens Roberto is Bert de werkelijke drijvende kracht achter Trip). Bert liet me zijn zeeaquarium zien. Haaieneieren waren door de moedervis met een soort navelstreng om een rotsje gedraaid. Het waren kleine haaitjes die je voor de kust van Scheveningen vindt.  ‘Als ze zijn uitgekomen, zet ik ze weer terug in zee. Soms heb ik ook zeepaardjes,’ zei Bert.
 Roberto zou later vertellen dat Bert een oud klasgenoot van hem is die hij bij toeval weer voor het eerst ontmoette bij Trip. ‘Ik heb de hele wereld over gereisd. Bert is Scheveningen niet uit geweest. Toch kijken we hetzelfde tegen de wereld aan. Alles wat hij weet heeft hij uit zijn aquarium gehaald.’
Ik schepte nog maar eens wat mosselen op en dacht aan Berts aquarium en wat je daar dan allemaal uit zou kunnen halen. Ik kon me er niet veel bij voorstellen en ik werd afgeleid door iets anders dat zich naar de oppervlakte van mijn bewustzijn werkte. De voormalige huwelijksfotograaf draaide een sjekkie. Toen wist ik het weer:
 ‘Jij wilde toch zelf een boot gaan bouwen en daarmee terug naar Cuba varen?’
‘Aha, de boot,’ zei Roberto terwijl hij het vuur in zijn sigaret joeg. ’De boot is dood. Het was een idee van Robo de wereldfietser.’ Roberto doet het relaas van hoe  deze eeuwige reiziger op een dag het terrein opreed met een robuuste Deense legerfiets waaraan geplastificeerde foto’s hingen van plekken waar hij allemaal was geweest en wat hij onderweg had gedaan. Een rondrijdende attractie.
‘Robo heeft het vuur naar FAST gebracht.  Iedere dag stookten we een enorm vuur en Robo gooide er hele bomstammen op. Mensen gingen muziek maken en er werd gedanst en gezongen. We hebben toen een paar magische maanden gehad. Hij wilde een boot van pvc buizen bouwen en had daar al  een indrukwekkende bouwtekening van gemaakt.’ Roberto vroeg aan de wereldfietser waar hij dan naartoe wilde varen, maar daar bleek hij nog nooit over te hebben nagedacht. ‘Ik stelde voor naar Cuba te gaan. Hij had het idee van een boot en ik had de bestemming. Helaas werd Robo wegens onhandelbaar gedrag van het terrein gestuurd.’

‘Dus je bent nooit meer in Cuba aanbelandt?’
‘Jawel, ik heb uiteindelijk gewoon het vliegtuig genomen. De situatie op het eiland was sinds 2006 echter drastisch verslechterd. Dat was het jaar dat Fidel Castro een stapje terugdeed en wat ik zag was een volk op drift. Er was veel meer criminaliteit, je voelde je onveilig op straat. Sommige mensen hadden ineens een hoop geld, anderen geen rooie rotcent. De familie waar ik altijd verbleef was volledig uit elkaar gevallen. De man des huizes had zijn vrouw in het ziekenhuis geslagen. ‘
Roberto vertelde dat hij werd overvallen door twijfel. Moest hij hier wel blijven? Hij had er een klein huisje, maar besloot al zijn bezittingen weg te geven en weer naar Nederland te gaan. ‘Als je iets wil hebben moet je het weggeven,’ zei hij over deze schenking.
Hij kwam na enkele omzwervingen wederom terug in Scheveningen en kreeg zelfs een vast contract bij rederij Trip, maar hij is niet meer op FAST gaan wonen. ‘Zoals op Cuba de hechte gemeenschap was afgebrokkeld, zo was dat ook in het containerdorp gebeurd. Het was commerciëler geworden, er werden alleen nog maar feesten gegeven. Eigenlijk werd het al direct minder leuk toen Robo was weggestuurd, dat was een kantelmoment.’

Roberto stond op om naar de keuken te lopen en nog maar eens twee flesjes Trippel Westmalle uit de koelkast te halen. Hij liep op blote voeten en toen zag ik ineens dat zijn rechtervoet zwaar opgezwollen was. ’Die is gebroken geweest,’ zei Roberto toen ik er naar vroeg. ‘Het gebeurde aan boort op de dag dat Willem Alexander werd gekroond. Ik had nog maar net een vast contract en toen viel er een zware ladder op mijn voet.’
De gebroken voet dwong hem tot een half jaar immobiliteit. Na Cuba had hij nog geprobeerd in India te gaan wonen, maar ook dat beviel niet. ‘Het is daar zo druk dat de natuur niet eens de tijd heeft zich te regenereren. Dat zorgt ervoor dat het er smerig is.’ Dankzij de gebroken voet had hij tijd om veel te lezen en na te denken over de volgende stap.  

 ‘Ik weet nu wat ik wil. Ik ga me aansluiten bij deze jongens.’ Roberto tikte een askegel af op een schoteltje, blies de rook uit en wees me op een indrukwekkende  muurschildering in zijn woonkamer. Onder een grijnzend doodshoofd was een drietand van Neptunus gekruist met een herdersstaf. Op het voorhoofd van de schedel was roodkleurige walvis en dolfijn geschilderd. Dit  doodshoofd dacht maar aan een ding: zeezoogdieren redden. Seashepherd, zo begreep ik al snel, was een agressieve variant van Greenpeace. Ze rammen walvisvaarders. ‘Toen dit idee eenmaal in mijn hoofd zat voelde dat als een openbaring. Geen land meer, maar de zee. Oprichter Paul Watson komt ook nooit meer aan land. Als hij dat doet wordt hij direct opgepakt. Seashepherd is dus een drijvende staat. Bij het sollicitatiegesprek van Seashepherd wordt je gevraagd of je bereid bent om te sterven voor een walvis. Een terechte vraag, denk ik.’

Tegen elf uur verliet ik de woning aan de Koppelstokstraat en stond wat onvast op mijn benen. Ik had drie Trippel Westmalle achter de kiezen en daar kan ik niet zo goed tegen. Op de fiets naar huis schoot me het verhaal te binnen van zijn werk als huwelijksfotograaf, jaren geleden. Roberto had begin jaren negentig een kleine revolutie veroorzaakt in de huwelijksfotografie. Tot dan toe werden foto’s vooral gemaakt volgens de regels van het staatsieportret. Je poseerde voor de camera bij een hek. Het liefst met lammetjes in de buurt. Roberto begon voor het eerste met een documentaire stijl te fotograferen. Zo was hij de eerste fotograaf die bedacht dat je ook de make up sessies van de bruid kon vastleggen. Hoe noemde hij dat ook alweer? De blik van buiten, meen ik. Hij maakte foto’s waarbij het leek alsof de bruid en de bruidegom zogenaamd niet in de gaten hadden dat ze werden gefotografeerd. Het werd een groot succes. De blik van buiten, de onzichtbare fotograaf. Ook in de fotografie wilde hij eigenlijk al verdwijnen.

Ik vroeg me af of het hem uiteindelijk zou lukken om aan boort te komen bij Seashepherd. Hij klonk behoorlijk enthousiast toen hij op internet een filmpje liet zien waarop te zien was hoe de Seashepherd een walvisvaarder ramde. ‘Geweldig he,’ zei hij erbij, ’dat wil ik ook!’ Roberto doet nu een opleiding in Den Helder om dergelijke grote schepen te kunnen besturen. Geen half werk. ‘Wie wil verdwijnen moet zich goed voorbereiden,’ zei hij bij ons afscheid. De vrijheid heeft een prijs en het is een prijs die hij bereid is te betalen.
 

bg1.jpg
artists water art from coastal artist sea research dat was with zee new badgast satellietgroep cultural project zandmotor scheveningen