subsidiënten | colofon

Tagcloud: UIT / AAN

Kiosk 2: FONGER

| 2012-04-12 14:39:32

KIOSK 2: FONGER
(OPEN 2013)


KUSTVERLANGEN / COASTAL LONGING
Projecten over de druk op publieke ruimte en het verlangen of de illussie om aan zee te kunnen ontsnappen.
Projects about lack, longing and presumption of public coastal space.

M.m.v. / Participants: Rob te Riet, Satellietgroep, Bram Esser, James Geurts, Wipke Iwersen, Channa Boon, Maarten de Kroon, Zeger Reyers, Cevdet Erek, Filip Jonker, Marten Winters, Frank Dean (Frank Bloem & Edwin Deen), Thijs Molenaar, Janine Schrijver, Ray Max, Peter Zuiderwijk, Jhoeko, Chris Dobrowolski, Eric van Straaten.



Verhalen van Scheveningers / Narratives by Scheveningers.
Filosoof/publicist Bram Esser heeft als artist in residence van Badgast in 2010 een blog over zijn onderzoek naar ‘uitburgeren aan zee’ bijgehouden. Hij heeft voor deze tentoonstelling een vijftal karakters met vijf verhalen uitgewerkt, voor elke kiosk één: Adama, Immetje, Hanne, Fonger en Rob.
www.bramesser.com

Meer verhalen / More narratives:
We zijn met zand tussen onze tanden geboren.
ADAMA
IMMETJE
HANNE
ROB

Lees hier het verhaal van Fonger / Read the narrative of Fonger here:

 

EN

'I grew up in Zeist, where I was part of a group of fanatical skateboarders. With a friend we would sometimes meet at the U.S. air base Soesterberg, where we spend all our money on skate magazines and burgers. It was the seventies and this basis was an American hide-out. Between these skateboard magazines we found a surf magazine and that triggered our interest. In the late seventies, I was seventeen at that time, we started to hitchhike to Scheveningen. We were the first who came from 'outside'. There were already some local hippies who were surfing. From our skateboard background we had an obsession with tricks, but those first locals had no interest in these. Surfing became my life. No lifestyle, but a way of life. You could state that you can size down the whole reality into waves, next to light and sound waves, even solid matter can be traced back to waves. The only natural waves that are immediately visible and usable for mankind, are the waves of the sea. If you surf you have no time to think about all the bills that have to be paid. That just doesn't work.'

NL

‘Alleen de doorzetters worden uiteindelijk een local.'

'Ik ben opgegroeid in Zeist, waar ik deel uitmaakte van een fanatieke groep skateboarders. Via een vriendje kwamen we nog wel eens op de Amerikaanse luchtbasis Soesterberg, waar we ons zakgeld uitgaven aan skatemagazines en hamburgers. Het waren de jaren zeventig en deze basis was een Amerikaans eiland. Tussen die skateboardblaadjes vonden we een surfmagazine en toen is de interesse ontstaan. Eind jaren zeventig, ik was zeventien, begonnen we naar Scheveningen te liften. Wij waren de eersten die van buiten kwamen. Er waren al wel wat lokale hippies die aan surfen deden. Door onze skateboard achtergrond hadden we een obsessie voor kunstjes, maar daar waren die eerste locals helemaal niet mee bezig. Surfen is mijn leven geworden. Geen lifestyle, maar een levenshouding. Je zou kunnen zeggen dat de hele werkelijkheid is te herleiden tot golven; je hebt natuurlijk licht- en geluidsgolven, maar zelfs vaste materie is tot golfjes te herleiden. De enige golven in de natuur waar de mens direct en zichtbaar gebruik van kan maken, zijn de golven van de zee. Als je surft heb je geen tijd om na te denken over alle rekeningen die nog betaald moeten worden. Dat lukt je gewoon niet.'

'Blijf altijd cool, ook al kijk je de dood in de ogen' door Bram Esser

Fonger Broersma (46) is werkzaam als human resource adviseur bij de gemeente Den Haag en hij surft. Op het terras van de windsurfvereniging in Scheveningen praten we over surfen en over hoe surfen een manier van leven kan zijn.  'Vrienden hebben wel eens tegen mij gezegd,  als je zo van surfen houdt, waarom ga je dan niet ergens wonen waar golven zijn? Maar mijn plek is toch duidelijk hier, heb ik gemerkt. Ik ben gevormd door Scheveningen en het soort golven dat hier is. De deining hoeft ook niet hoger dan mezelf te zijn, daar voel ik me niet prettig bij.'
De windsurfvereniging heeft een klein terras op het strand naast strandtent van Hart Beach in Scheveningen. Als je het niet weet dan zie je het niet eens en dat hoeft ook niet want het is alleen voor leden.  'Hier zijn we als golfsurfers geïnfiltreerd. Ze konden niet zonder ons,’ zegt  Fonger lachend. Hij houdt er wel van  om de polemiek tussen Golfsurfers en plank zeilers, zoals hij windsurfers noemt, een beetje aan te zetten. Het kenmerkt de tijd waarin hij is begonnen met surfen. Als 17 jarige aan het einde van de jaren zeventig, begin jaren tachtig, was vooral het windsurfen erg populair. Dat kwam doordat  Stephan van der Berg Olympisch kampioen werd in 1984. 'Plankzeilers zijn hele andere mensen, veel materialistischer. Ze hebben vaak ook een carrière, een agenda en geld. Net als bij kitesurfen gaat het vaak om dure spullen. Dan moet je ook wel een goede baan hebben. De typische golfsurfer is brandweerman of klusjesman. Hij kiest zijn baan uit om flexibel te zijn en weg te kunnen zodra er golven zijn. Ik chargeer natuurlijk, maar het zijn mensen die zich vooral met vandaag, hooguit morgen, bezighouden. De keerzijde is dan natuurlijk weer dat de zeilers een vereniging hebben en golfsurfers dat dus niet georganiseerd krijgen.'
Fonger vertelt over zijn tijd in het bestuur van de Holland Surf Association (HSA) die hij met anderen nieuw leven heeft ingeblazen. De belangrijkste insteek van het initiatief was niet het professionaliseren van de surfsport maar eerder het waarborgen van het plezier dat eraan beleefd kan worden.  'Het is wel eens voorgekomen dat we een wedstrijd aan het jureren waren, maar dat de golven zo goed waren dat we daarmee zijn opgehouden en zelf zijn gaan surfen.' Ook commerciële partijen die zich bij de HSA  aandienden en surfplanken aanboden als prijs voor de winnaars, werden geweerd. Daar is Fonger heel resoluut over: 'Ze moeten met hun poten van het surfen afblijven, dit is ons leven.' Hij is afkomstig uit Zeist en opgegroeid met skateboarden. Het surfen was een fantasie, een droom en vooral een belofte die zich aan de kust bevond. 'We legden ooit eens de hand op een surfmagazine die we vonden in de winkel van de vliegbasis Soesterberg, waar we binnenkwamen via een vriendje van ons wiens vader daar werkte.'
Het was volgens Fonger iets nieuws dat toch in het verlengde van het skaten lag. Zo zijn ze lange tijd liftend vanuit Zeist naar Den Haag gegaan: 'Reinout, een vriendje van mij, had een OV jaarkaart van zijn vader en hij reisde dan per trein met de twee boards. We kwamen elkaar dan weer tegen voor het Centraal station, gek genoeg kwamen we vaak tegelijk aan, vanaf daar reden we verder met de tram naar Scheveningen.'
Ze moeten een van de eersten zijn geweest die van buiten kwamen om op Scheveningen te surfen. Er waren al vanaf halverwege de jaren zestig surfers bezig,  de meeste van hen woonde in Scheveningen en hadden altijd de zee in de buurt gehad.  Bij die eerste generatie horen Go Klap, Jan van de Kam, Nico Dekker, Albert van Garderen, Arie Verbaan en Coenraad Nederveen. 'Coenraad Nederveen vormt overigens een aparte categorie, van hem wordt gezegd dat hij al in Noordwijk in de jaren dertig op een plank heeft gestaan, als dat waar is, dan maakt hem dat zelfs voor Californische begrippen een pionier.' Fonger en zijn vrienden troffen een groep oudere surfers met lange baarden aan, die stonden uit te kijken over zee. Er was enigszins sprake van een cultuurclash zoals je die ook hebt tussen het zand en het veen. 'De oudere surfers waren hippies. Daar stonden ze dan met hun lange baarden uit te kijken over zee. Die wisten niet wat hen overkwam toen die skatertjes ineens over trucjes begonnen.'
De zee aan de noordkant van het havenhoofd was, net als nu bij noord westenwind, de beste plek om te surfen, maar de busjes, waar de surfers van buiten Scheveningen in verbleven, die stonden meestal op zuid waar, in de woorden van Fonger, een soort 'Madmax country' was ontstaan: 'Dat was een behoorlijk losgeslagen bende met kampvuurtjes, busjes en blowende hippies. 's Nachts gingen de duindorpers dan met brommers om ons heen rijden. De meeste surfers waren trouwens gasten die alweer tien jaar ouder waren dan wij. Wij hingen daar rond om te proberen een lift terug te krijgen.'
Het was nog een heel gedoe in de begin periode om te achterhalen of er golven waren en of het de moeite was om de reis naar Scheveningen te maken. Fonger vertelt dat ze dan Go Klap opbelden, die toen naast zijn baan als technisch tekenaar ook een surfwinkel was begonnen.  'Dan belden we op: Hey Go zijn er golven? En dan gromde Go iets onduidelijks. Go, is het nou ja of nee, heeft het zin om te komen? Dan kreeg je een vaag antwoord van, Ja, je zou het kunnen proberen. Nou dan gingen we maar weer.'
Uiteindelijk hadden ze genoeg van het liften en besloten Fonger en zijn surfvriend Reinout naar Scheveningen te verkassen, een uitkering te trekken en  samen op een heel klein kamertje te hokken en niet veel meer te doen dan surfen en MTV kijken.' Dat hebben we jarenlang volgehouden. Het toppunt van decadentie natuurlijk. We hadden ineens tijd genoeg om rond te lummelen en te spelen. Dat is misschien wel het grootste verschil tussen de eerste generatie surfers en de homo ludens, die daarna kwamen. ' Op weg naar de plankzeilclub had Fonger mij gewezen op de plek waar hun surfgroep altijd rondhing. 'Hier bij deze muur hingen we dan, met een aire van niemand kan ons iets maken en keken we uit over zee, over het stuk zee dat van ons was.'  Nu staat er een strandtent die het zicht op de zee blokkeert. 'Het zand is opgehoogd, maar daar ergens beneden   staat locals only op de muur geschreven.'  
Later, als we op het terras van de plankzeilers een pannenkoek eten en Fonger zijn ambtenaren uniform heeft uitgetrokken om van de zon te genieten, vraag ik hem naar die leus, locals only. Overal ter wereld waar gesurft kan worden tref je die leus aan en voor iemand die niet surft, zoals ik, komt het nogal xenofoob over.  'Dingen gaan vandaag de dag veel te gemakkelijk. Het hele idee dat je ergens voor moet knokken om iets te bereiken, is weg. Hordes mensen komen op de surfsport af vanwege het imago dat eraan kleeft, maar alleen de doorzetters worden uiteindelijk een local'. Het is een aansprekende opvatting.  In een wereld waarin massaconsumptie heerst en alles instant moet zijn,  is er toch nog de mythe, de mogelijkheid om aan het alledaagse te ontsnappen. 'De vader van Reinout was sociaal geograaf en toen die hoorde dat we in Scheveningen gingen wonen en gingen surfen kregen we zijn zegen, wat bleek nou, hij had een populair wetenschappelijk boek gelezen, getiteld Future Shock van Alvin Toffler, en dat ging erover dat de mens zoveel impulsen zou krijgen van informatie en beelden dat het brein alleen nog maar instaat zou zijn om  oppervlakkige keuzes te maken. Daarin stond te lezen dat surfers  een subcultuur vormen die de weg naar de toekomst wijzen. Ze weten als een oude stam de rampen die ons boven het hoofd hangen te overleven.'  Fonger, een romanticus, is die tekst nooit meer vergeten. Hij is nog steeds van mening dat je beter kan gaan surfen, dan veel geld naar een dure therapeut te brengen die je gaat helpen in het 'nu' te komen. 'Je zou kunnen zeggen dat de hele werkelijkheid is te herleiden tot golven, je hebt natuurlijk licht- en geluidsgolven, maar zelfs vaste materie is tot golfjes te herleiden. De enige golf in de natuur waar de mens direct gebruik van kan maken, zijn de golven van de zee. Als je surft heb je geen tijd om na te denken over die rekeningen die nog betaalt moeten worden. Dat lukt je gewoon niet.'  We spreken over surfen, maar ik krijg steeds meer het gevoel dat het ook gaat over de urgentie om een verhaal van je leven te maken. Op jonge leeftijd, tijdens een surfvakantie in Biarritz, kwam hij in aanraking met Ernest Hemingway, een man die als geen ander zijn eigen leven wist te mythificeren. Het betrof het boek The Sun also Rises dat precies over het gebied gaat waar hij zich op dat moment bevond. 'Het gevoel dat uit dat verhaal sprak, die mannen die om de gunst van het meisje, Brad, vochten en het stierenvechten, het was op de een of andere manier heel erg herkenbaar. Bij het stierenvechten gaat het net als bij surfen om grace under pressure. De boodschap is eigenlijk: Blijf altijd cool en sierlijk ook al kijk je de dood in de ogen. Dat heb ik van Hemingway geleerd en in die zin heeft het surfen wel wat weg van stierenvechten.'
Wat Hemingway als geen andere schrijver heeft weten uit te dragen is de intense viering van het leven in de hoge drukpan van een stieren vecht arena. Uit Fongers verhalen over surfen blijkt dat de zee van tijd tot tijd ook op een arena lijkt waarbij de andere surfers tegelijkertijd het publiek zijn als ook diegene die je uitdagen.

Fonger vertelt me over zijn ervaring in een tube: 'Daar staat de tijd stil, letterlijk. Alles lijkt te bewegen, maar je hebt het gevoel dat je zelf stil staat. Toch ga je soms vijftig kilometer per uur. Het is van belang dat je sierlijk op je bord blijft staan en niet verkrampt.' Als Fonger opstaat om terug naar het gemeentehuis te gaan, doet hij het nog een keer voor. 'Zo ga je een tube in. Heupen naar voren schouders naar achteren.' Dan zie ik het ineens ook, zijn houding. Het is de stierenvechter die uitdagend de dood in de ogen kijkt.


 

bg5.jpg
zandmotor badgast satellietgroep coastal new zee water cultural from artists was project research scheveningen art artist with sea dat